John Le Carré, De luistervink

Rating:

De grootste grootmeester

Voor sommige schrijvers moeten recensenten gewoon diep buigen. Niet vaak, maar toch, het gebeurt. John Le Carré is een schrijver van dat kaliber. Zijn nieuwste boek, De luistervink, is van een ongekende schoonheid. Wat is eigenlijk de overtreffende trap van grootmeester? De grootste grootmeester?

Lang geleden begon de Engelse schrijver met spionageboeken waarin de Koude Oorlog tussen Oost en West centraal stond. De Berlijnse Muur, de Engelse inlichtingendienst, de geheime strijd op leven en dood, de prachtige trilogie over een ouder wordende Engelse spion, het ligt al weer jaren in het verleden. Die glorieuze jaren zijn dan wel voorbij, maar Le Carré heeft de overstap kunnen maken naar nieuwe onderwerpen nadat het communisme instortte en de Muur verdween.

Met De luistervink keert Le Carré terug naar het moderne Afrika, dat eerder als achtergrond diende voor zijn boek De toegewijde tuinier. Dit keer speelt een tolk de hoofdrol. Bruno Salvador – Salvo voor vrienden en vijanden – is zoon van een Ierse missionaris en diens Congolese vriendin. Salvo leert vele Afrikaanse talen spreken, wat hem in Londen zeer geliefd maakt als tolk. Bedrijven, ziekenhuizen en de inlichtingendienst maakt van zijn diensten gebruik. Zo wordt Salvo betrokken bij de afgrijselijke slachtingen in Centraal Afrika.

Het plot ontrolt zich volgens de vertrouwde wijze van Le Carré. Niets overhaast, elk detail krijgt aandacht, bijna kabbelend. Nergens in het boek is er het hijgerige van een actiethriller. Het lijkt eerder op een traditionele Engelse roman dan op een moderne thriller.

Maar dat doet er allemaal eigenlijk niet toe. Le Carré weet zo’n mooie sfeer te scheppen met zijn woorden, dat de lezer geboeid blijft. Salvo en zijn omgeving gaan leven, de lezer leeft mee, de beschrijvingen van Engeland en Afrika zijn van ongekende schoonheid.

Laat iedereen zich daar zelf van overtuigen. De luistervink –in een uitstekende vertaling, dat mag ook wel eens gezegd – is zo’n zeldzaam boek dat er met kop en schouders boven uit steekt. Waar je als recensent eigenlijk alleen maar diep moet buigen.

Andere artikelen op deze site over: John Le Carré