Esther Verhoef, De Nachtdienst

Waardering:

Schrijven is voor Esther Verhoef als ademen

In haar nieuwste boek duikt Esther Verhoef in de wereld van dieren en dierenartsen. Het is een wereld die zij goed kent. Haar schrijfcarrière begon ooit met boeken over huisdieren. En om die kennis op te frissen heeft zij voordat zij aan De nachtdienst begon nog een tijdje meegelopen in een praktijk.

Foto Mark Uyl

Het nieuwe boek van schrijfster Esther Verhoef begint gelijk goed: dierenarts Emma van Eerd woont met haar dochter boven de praktijk diep in een eenzaam bos. Tijdens haar nachtdienst wordt ze gewekt door gebons op de deur: criminelen dwingen haar een jonge man te opereren. Ondanks herhaalde oproepen van de arts dat de gewonde jongen naar het ziekenhuis moet, omdat zij geen levensreddende operatie kan uitvoeren, moet zij doorgaan.

De gevolgen voor de arts en haar dochter zijn groot. De criminelen waarschuwen haar met niemand over hun bezoek en over de mislukte operatie te praten. Van Eerd komt daardoor steeds verder in de problemen. Want waarom kwamen de mannen naar haar toe in het bos? Waren er geen meer voor de hand liggende opties? Wat speelt er achter het nachtelijke bezoek van die gasten? Van Eerd moet toch proberen door te gaan met haar praktijk, maar dat wordt steeds moeilijker.

De schrijfster loopt al jaren rond met dit idee voor de openingsscènes in het boek, vertelt zij. ‘Het idee is al zo’n dertig jaar geleden ontstaan, toen ik voor een opleiding stage liep bij een dierenartspraktijk. Ik assisteerde toen ook met de operaties. Tijdens de koffiepauze ontstond er een discussie over het verschil tussen mensen en dieren, en was de conclusie dat er biologisch eigenlijk weinig verschil was. Een van de dierenartsen hoopte dat hij ooit eens een mens kon opereren. Een ander schrok daarvan en vond het totaal onethisch. Dat gesprek, maar vooral de gespannen sfeer, is me altijd bijgebleven’, aldus Esther Verhoef.

Later is zij opnieuw met dierenartsen in contact gekomen, toen zij informatieve boeken over dieren schreef. Een van de dierenartsen vertelde haar in vertrouwen dat hij in een noodsituatie in het buitenland mensen had geholpen. Esther Verhoef: ‘Ik schreef voor het eerst over een dierenarts die gedwongen werd een mens te opereren in 2004, in mijn thrillerdebuut Onrust. Het is op zich geen nieuw idee, je ziet het af en toe ook voorbijkomen in Netflix-series. Maar ik wilde het op mijn manier beschrijven, heel dicht op de actie vanuit de arts zelf. In De Nachtdienst heb ik dat eindelijk kunnen doen’.

Maar die kennis is al van jaren geleden. In de tussentijd is er veel veranderd. Maar de schrijfster gaat niet over ene nacht ijs als het gaat om voorbereiden en onderzoeken. Voor een eerder boek heeft zij eens met de auto een tocht gemaakt door Frankrijk om te zien of de reis van haar hoofdpersoon nog wel klopte met de werkelijkheid. ‘Om mijn kennis voor dit boek op te frissen heb ik aan het begin van het schrijfproces, in 2019, weer in een praktijk meegelopen’, aldus Esther Verhoef. Zij vervolgt: ‘Vervolgens heb ik veel documentaires gekeken en alles gelezen wat los en vastzit over het leven en de routines van een dierenarts. Zo leerde ik Emma van Eerd uit De Nachtdienst steeds beter kennen en kon ik haar levensecht neerzetten’.

Maar ook dat was niet genoeg. Zij zocht contact met een dierenarts die was gespecialiseerd in exotische dieren. Die heeft het manuscript gelezen en commentaar geleverd. ‘Dat voelde als een soort examen. Want een dierenarts moet het boek lezen en niet denken: zo gaan of kunnen die dingen helemaal niet. Het was gelukkig allemaal juist heel herkenbaar’.

De verhalen die tot een boek leiden, ontstaan volgens de schrijfster ‘gaandeweg’. ‘Het zaadje is een, soms weleens twee, scènes die ik heel graag wil schrijven. Zo graag dat ik voor die scenes een heel boek er omheen verzin waar ik dan een jaar of langer mee bezig ben. Bij De nachtdienst was dat de operatiescène. Uiteindelijk gebeurt er natuurlijk veel meer, het zijn maar enkele hoofdstukken, maar voor mij waren deze hoofdstukken het begin van het hele schrijven van het boek’.

In de traditie van Scandinavische schrijvers, maar ook bij auteurs uit andere landen, moeten boeken een soort spiegel zijn waarin de samenleving zichzelf kan zien. Dat leidt tot het aan de orde stellen van sociale misstanden, vragen over discriminatie, geweld tegen vrouwen, pedofilie. Een dergelijke stelregel vindt Esther Verhoef te benauwend. ‘Ik vind dat een schrijver vrij is om te schrijven waarover hij of zij graag wil schrijven. Mijn doel is een verhaal dichtbij de lezer te brengen, zo dichtbij dat de woorden en zinnen vervagen en de lezer in de wereld daarachter verdwijnt. Daarnaast vind ik het belangrijk om ervoor te zorgen dat je het boek, als iemand er eenmaal in is begonnen, nog maar moeilijk kunt wegleggen. Zulke boeken zijn er niet veel, ik lees ze zelf graag. In elke thriller of roman die ik schrijf vind je engagement, ook in De nachtdienst, maar ik vind het als lezer en als schrijver niet prettig als de agenda overheerst’.

Esther Verhoef heeft zo langzamerhand een lange lijst met titels op haar naam staan. En een aantal samen met haar man Berry Verhoef. Die zijn verschenen onder de naam Escober en waren vooral actiethrillers. Die tijd is geweest, aldus de schrijfster. ‘We staan nu anders in het leven. We hebben andere interesses gekregen, lezen zelf ook bij geen actiethrillers meer’.

Dat wil niet zeggen dat zij zelf is uitgeschreven. Het solo-werk gaat door, verzekert zij. Esther Verhoef: ‘Ik word nooit oud genoeg om alle boeken te schrijven die ik in mijn hoofd heb. En er komen er steeds meer bij. Schrijven is voor mij als ademen. Ik schrijf vrijwel elke dag, ook als ik niet aan een boek bezig ben. Daar ben ik op mijn zevende jaar mee begonnen en ik kan me geen leven zonder verhalen schrijven voorstellen’.

Bestel direct van de uitgever via deze link