Deon Meyer, Donkerdrif

Rating:

Schrijven is een marathon, geen sprint

De boeken van de Zuid Afrikaanse schrijver Deon Meyer zijn hard. Vol actie en geweld tegen een achtergrond van schrijnende armoede en opzichtige rijkdom, van eerlijke agenten en corrupte bazen. ‘Het is een redelijke afspiegeling van de hedendaagse maatschappij in mijn land’, zegt de schrijver. ‘Maar het is natuurlijk wel relatief. Vergelijk je Zuid Afrika met Mexico of Rusland, dan valt het mee’.

In het nieuwe boek, Donkerdrif, van de succesvolle Zuid Afrikaanse schrijver spelen voor de zevende keer de agenten Bennie Griessel en Cupido de hoofdrol. Zij worden in het ook in Nederland bekende wijnstadje Stellenbosch geconfronteerd met corruptie bij de politie, een doodgeschoten politieagent en de ontvoering van een jonge student. Tegelijk moeten zij zich buigen over de zaak van een verdwenen zakenman. Deze zakenman, die onlangs door een enorme fraudezaak zijn goede naam is kwijtgeraakt, wil zijn wijnboerderij Donkerdrif verkopen en neemt daarom een makelaar in de arm. Die makelaar is een jonge, aantrekkelijke vrouw met problemen. Zij heeft grote geldzorgen en zij wil dus maar al te graag dat luxe landgoed verkopen. Ook al heeft de zakenman een zeer bedenkelijke reputatie als rokkenjager.

Foto Guido Schwarz

De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en vrijwel alle spelers in het boek blijken er een eigen agenda op na te houden. Dit leidt uiteindelijk tot een explosieve finale. Donkerdrif is daarmee een boek dat leest als een sneltrein terwijl het ook de actuele problemen van het land bloot legt. Het is een heerlijk maar hard spannend boek en een prima vervolg op een langlopende serie rond deze twee elite-agenten.

Deon Meyer weet waar hij het in het nieuwe boek over heeft. Hij woont er ten slotte in de buurt. ‘Een jaar of tien geleden zijn mijn vrouw en ik naar Stellenbosch verhuisd’, vertelt de schrijver. ‘Daar vind je binnen een paar kilometer in een gemeente superrijke mensen maar ook armen. En als je niets hebt en je ziet dat anderen wel alles hebben, dan is de druk groot om daar iets aan te doen’.

Meyer zit met zijn iPad voor zich op tafel, want het gesprek verloopt via facetime. Zo nu en dan verschijnt een grote beker koffie in beeld, op de achtergrond loopt gedurende het interview iemand snel het beeld uit als zij door heeft dat Deon Meyer videobelt. De schrijver is nu in Italië bij zijn dochter, die met een Italiaanse man is getrouwd. Zij is hoog zwanger. ‘Het wordt ons eerste kleinkind’, zegt Deon Meyer met een grote glimlach. De bevalling laat echter nog even op zich wachten. ‘Ze was al uitgerekend, maar het is nog niet zo ver. En we moeten al snel weer terug naar huis. We zitten hier nu al twee maanden en we hebben thuis verplichtingen’.

Verplichtingen? Schrijven kan toch overal?

Den Meyer: ‘Ik was hier ook aan het werk. Totdat mijn computer er mee stopte. Ik ben bezig met het aanpassen van een aantal boeken tot een tv-serie. Dat is voor mij echt een uitdaging. Leuk om te doen. Ook omdat het een proces is waar je met anderen samen moet werken. Schrijven is een eenzaam vak. Ik werk over het algemeen liever alleen. Maar zo nu en dan in een team werken vind ik prettig. Dat deed ik ten slotte vroeger als journalist ook. Maar ik wil niet meer de hele tijd in een team zitten. Ik mag overigens nog niets vertellen over welke boeken het gaat. Dat loopt via de productiemaatschappij. Maar het gaat in ieder geval niet over een Bennie Griessel-boek’.

Waar haalt u uw inspiratie vandaan voor de hele serie boeken die u al op uw naam heeft staan?

Deon Meyer: ‘Inspiratie? Ik geloof niet in inspiratie. Ik geloof in transpiratie. Schrijven is gewoon hard werken. Veel kranten lezen. Internet in de gaten houden. Sociale media volgen. Het is een marathon, geen sprint. Ik wil altijd eerst het verhaal hebben. Dan zoek ik er personages bij. Dan kijk ik eerst of het iets is voor Bennie Griessel en Cupido. Als dat niet het geval is, dan zoek ik nieuwe hoofdpersonen. Donkerdrif is ook zo ontstaan. Ik las over een enorme fraudezaak van een rijke zakenman. Tegelijk vielen berichten op over een student die was verdwenen. En ten slotte een hoge politieman die handelde in vuurwapens. Dat zijn allemaal elementen in het boek die uit de werkelijkheid komen. Maar dan is het nog wel hard werken: je moet alles in een verhaal passen, de nodige informatie bij elkaar brengen. De puzzelstukjes verzamelen tot het moment dat je denkt: dat is het verhaal’.

Schrijft u die ideeën en elementen allemaal op of doet u dat uit het hoofd?

Deon Meyer: ‘Een goed verhaal blijft in mijn hoofd zitten. Dat is een kwestie van ervaring. Ik schrijf nu 25 jaar en ik weet wel wanneer een verhaal goed is voor een boek. Ik had vroeger wel een opschrijfboekje voor mijn ideeën. Maar ik keek er eigenlijk nooit in en ik heb er niets uit gebruikt. De goede verhalen blijven je ook zo wel bij. Alleen als ik onderzoek doe voor een verhaal, of er met deskundigen over ga praten, dan maak ik aantekeningen. Heel veel aantekeningen. Ja, dat zal mijn ervaring als journalist zijn. Maar tegelijk is het zo dat door die aantekeningen te maken, je het beter onthoud. En dan blijkt dat je die aantekeningen bij het schrijven eigenlijk helemaal niet zo veel gebruikt’.

Bestel dit boek direct van de uitgever via deze link.