Toni Coppers, De genezer

Rating:

Tien jaar Toni Coppers

Met zijn nieuwste boek, De Genezer, viert Toni Coppers zijn tienjarig jubileum als schrijver van spannende boeken. De serie rond commissaris Liese Meerhout is ooit begonnen in Brussel, maar al na een paar afleveringen, zag de schrijver zijn vergissing en is zijn heldin naar Antwerpen verhuisd. ‘Ik heb eigenlijk niets met Brussel en om over een stad te schrijven moet je het DNA, de hartslag van die stad, kennen. De serie kwam daardoor niet tot leven. Dat is vanaf het eerste boek in ’t Stad wel het geval. Ik hou van Antwerpen, van de Schelde’, vertelt Toni Coppers in de stamkroeg van Liese, Dansing Chocola in de Kloosterstraat.

In de oude binnenstad van Antwerpen op een steenworp afstand van de Schelde bevindt zich de populaire tent Dansing Chocola. De ene na de andere gast wordt deze zondag noodgedwongen weggestuurd omdat het meer dan vol zit. Beneden is geen plaats te vinden, boven op een soort entresol zijn inmiddels ook alle tafeltjes bezet. Toni Coppers wijst naar beneden, naar de hoek achterin het café. ‘Kijk, daar zit Liese altijd. Zij wil altijd met haar rug naar de muur zitten. Dan kan ze zien wie er binnenkomt. Ja, ik zit er zelf ook graag. Vandaar dat zij daar ook zit’. Toni Coppers vertelt makkelijk en snel over zijn liefde voor de stad, het water van de Schelde, de bruine kroegen. Het was volgens hemzelf een fout om zijn schrijverscarrière in Brussel te beginnen. Hij had niets met die stad – nog steeds niet – maar hij zocht een grote stad voor ‘zijn’ Liese Meerhout. Leuven, waar hij vandaan komt, vond hij te klein. Daar gebeurde nooit iets. ‘Maar Brussel met de Navo, Europa, dat kon het worden. Bovendien was het een lege plek. Niemand schreef er over. Maar dat was mijn eerste vergissing. Als je het DNA van de stad niet kent, gaat een verhaal niet leven. Mijn tweede vergissing om Liese op de afdeling kunstdiefstal te plaatsen. Ik dacht iets van James Bond maar dan met kunst. Maar een rechercheur van die afdeling heeft geen wapen bij zich en zodra er een moord plaatsvindt, is zij de zaak kwijt’. De problemen van Liese Meerhout losten zichzelf op toen de schrijver een vrouw tegenkwam uit Antwerpen en hij zich met haar in de havenstad vestigde. Hij was meteen verkocht en zo snel mogelijk verhuisde Liese mee en werd ze overgeplaatst naar ‘moord’. Die eerste jaren woonde ze in een appartement met uitzicht op de Antwerpse dierentuin. ‘Daar woonde een vriendin van ons’, vertelt Toni Coppers over een dik belegde uitsmijter. ‘Op het balkon kon je de leeuw horen brullen. En je zag de kop van de giraffe door de bomen. Dat is toch wat. Midden in de stad een leeuw horen brullen. Daar heb ik Liese een plek gegeven. Maar toen werd er een hoge muur om de dierentuin gebouwd en je kon niets meer zien. Ook niet meer horen. Die vriendin verhuisde. Liese dus ook’. Twee straten vanaf Dansing Chocola wijst Toni naar een appartementencomplex. Daar is het huis waar Liese nu woont, zegt hij. Vervolgens draait hij een kwartslag en wijst: daar zijn de kaaien van Antwerpen. Daar stroomt De Schelde en daar wil hij nu naar toe. Hij slentert langs de waterkant en wijst naar het grijze water: je ziet het niet, maar hier is een heel sterke onderstroom. ‘Als je er in valt, verdrink je. Ik zeg mijn kinderen ook altijd: niet te dicht bij de kant’. De wandeling gaat verder. Terug naar het oude centrum, de Markt, Groenplaats. Een uitbater van een bruin café zet tafeltjes buiten op het terras. Hij kijkt even naar de passanten en werkt verder. Tot Toni zijn wollen muts afzet en de man roept. Dan pas wordt de auteur herkend en begroet. Wanneer hij weer eens langs komt om op kosten van de zaak een slok te nemen. Net als Dansing Chocola noemt Coppers in zijn boeken dit café met naam en toenaam. ‘Dat zorgt er inderdaad voor dat zo’n café of restaurant naamsbekendheid krijgt en dat het drukker wordt’, aldus Coppers. Daar moet hij terdege rekening mee houden als hij over zijn geliefde Antwerpen schrijft. Tegenover het café in de straat die naar de bekende Groenplaats loopt, stopt hij bij een prachtig oud gebouw. Het is in werkelijkheid een kroeg, maar Toni Coppers heeft er in zijn boeken een hotelletje met restaurant van gemaakt, waar Liese de zoon des huizes aan de haak heeft geslagen. Die affaire staat overigens in De Genezer behoorlijk onder druk. Liese werkt te hard, vindt de vriend, en nu moet ze voor een zaak zelfs naar Oxford. Een hoogleraar van de universiteit Antwerpen is overleden en nu is haar dochter, student te Oxford, verdwenen. Waarschijnlijk verdronken. Maar Liese Meerhout vermoedt dat er meer achter zit en zij bijt zich in de zaak vast. Toni Coppers is op zijn 57ste tien jaar schrijver. Hij is dan ook een laatbloeier, zegt hij zelf. ‘Ik ben nergens haantje de voorste geweest. Ik kom uit een arbeidersnest in een kleine Limburgse stad. Tot mijn zestiende had ik nog geen boek gelezen. De leraar op school haalde me over om eens naar de bibliotheek te gaan. Nou, er gingen toen werelden voor me open. Het heeft me een levenslange passie voor literatuur opgeleverd’. Na jaren van reizen en die werelden ook zelf zien, is Coppers tot rust gekomen in Antwerpen. Maar toch zijn ze hem in zijn Limburgse stad – Sint Truiden, een stad halverwege tussen Leuven en Maastricht – niet vergeten, vertelt hij. ‘Diezelfde bieb, waar ik toen heen ben gestuurd, is helemaal vernieuwd en ze hebben het de Toni Coppers bibliotheek genoemd. Trots, dat ik ben! Mijn vader is nu 86 en nog steeds als die langs de bibliotheek loopt, belt hij me op. Je kan niet geloven waar ik nu voor sta, zegt hij dan. Dat was echt het mooiste cadeau dat ik kon krijgen’. Bij het afscheid heeft hij overigens nog een vraag. Een dag eerder was de Vlaamse schrijver uitgenodigd voor een literaire avond in Heerlen, waarbij verschillende Nederlandse auteurs zoals Michel Berg, Charles den Tex en Corine Hartman aanwezig waren. In Lanaken aan de Belgische kant van de grens bij Maastricht is hij een boekwinkel binnen gegaan. En daar lag De Genezer. Maar toen hij een klein eindje verderop in Nederland een boekwinkel bezocht, zag hij zijn boeken nergens. ‘Hoe kan het toch dat Vlaamse schrijvers onbekend zijn in Nederland. En Nederlandse schrijvers onbekend in Vlaanderen? De taal is toch bijna hetzelfde?’ Hoofdschuddend en zonder een antwoord te krijgen, loopt hij over de Groenplaats weg. Muts diep over zijn kale hoofd getrokken.

Op weg naar zijn fiets, op weg naar huis. logo-manteauBestel dit boek direct van de uitgever via deze link.

Andere artikelen op deze site over: Toni Coppers