Ruth Rendell, De dertien treden

Rating:
Ruth Rendell
Ruth Rendell

‘Ik blijf schrijven tot de dag dat ik sterf’

Beroemd zijn? Herkend worden op straat? Dat is niets voor Ruth Rendell. De inmiddels 74-jarige ‘queen of mystery’ gruwt al bij de gedachte. “Ik houd daar niet erg van”, zegt zij met een typisch Engels ‘understatement’. “In Engeland herkennen ze natuurlijk wel mijn naam van mijn boeken, maar gelukkig niet mijn gezicht. Ik wil dan ook niet te vaak op de televisie komen. Het moet zo nu en dan wel om de verkoop van mijn boeken te bevorderen, maar niet zo vaak.”

Ruth Rendell – eigenlijk barones Rendell of Babergh – is in Nederland voor een promotietour rond haar nieuwste boek, De Dertien Treden. Een optreden op het Haagse cultuurfestival Crossing Border, achter een tafeltje haar boeken signeren en een serie interviews met de toegestroomde pers. Dat de mensen op de naam Rendell afkomen, blijkt wel uit de middagsessie in de Haagse Koninklijke Schouwburg. De organisatie moet haastig extra klapstoelen neerzetten. De zaal is afgeladen.

De Engelse is dan ook ondanks zichzelf een beroemdheid. Daar hebben haar tv-inspecteur Wexford en de tientallen boeken die zij schreef, voor gezorgd. Bovendien is haar laatste bezoek aan Nederland al weer lang geleden. “Vroeger kwam ik vaak in Nederland. Ik had hier vrienden wonen. Maar de laatste keer dat ik hier was, moet toch al snel tien jaar geleden zijn geweest.”

Veel vrije tijd gunt zij zichzelf niet. Elke dag zit zij ’s ochtends vanaf half negen tot de lunch te schrijven. Meestal wandelt ze daarna door Londen naar het Hogerhuis waarvan zij lid is namens Labour van Tony Blair. “Ik ben al mijn hele leven een aanhanger van Labour geweest en het is dan ook logisch dat ik nadat ik in de adelstand ben verheven en lid werd van de House of Lords achter de regering van Labour sta. Niet altijd, maar wel bijna altijd.”

Rendell geniet er van dat ze ongestoord door Londen kan lopen. “Soms zijn er leuke uitzonderingen. ’s Avonds ga ik niet alleen over straat door donker Londen lopen en neem ik een taxi. Zegt u uw naam nog eens, vroeg de chauffeur. Wat deed u voordat u lid werk van de House of Lords? Dé Ruth Rendell? Toen ik ja zei, zette hij zijn wagen aan de kant. O, wat zal mijn vrouw hiervan zeggen. Die is zo’n grote fan van u. Dat soort ontmoetingen vind ik wel leuk. Of die keer dat ik op het stille platteland van Suffolk een wandeling maakte. Het is daar heel rustig. Je kunt kilometers lopen zonder een auto te horen. Maar op een gegeven moment stopt er een auto naast me en de chauffeur vraagt me de weg. Toen ik had uitgelegd hoe die moest rijden, bleek dat de man me had herkend. Hij vroeg mij om een handtekening. Dat vond ik wel grappig. Gelukkig zijn Engelsen niet zo dat ze mensen op straat aanspreken, zoals Amerikanen doen. Ik wil door Londen kunnen wandelen en rustig mijn boodschappen kunnen doen.”

Het tempo waarmee Ruth Rendell boeken produceeert is opmerkelijk. Voor een gemiddelde van een boek per jaar zouden vele auteurs een moord doen. “Ik krijg de meeste ideeën voor boeken van gesprekken met mensen of uit andere boeken. Ik lees alles, maar niet veel detectiveverhalen. Ik haal mijn verhalen vooral niet uit de krant. Veel mensen denken van wel, maar dat is dus niet zo.”

Zij begint een boek meestal met het bedenken van de personen die een rol spelen en de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Als voorbeeld neemt zij De Dertien Treden. “Ik bedacht een man met een obsessie voor de seriemoordenaar Christie die in Notting Hill leefde. Die man – beslist geen aardige vent – gaat op zoek naar de atmosfeer, de omgeving, waar Christie leefde, maar hij komt er achter dat alles weg is. De huizen gesloopt, de straten veranderd. Die Mix, zoals hij heet, woont in een groot vervallen huis van een oude vrouw die in alles het tegendeel van mijn hoofdpersoon is. De basis in het boek is de obsessie van de man en de botsingen met de vrouw.”

Mix is helemaal verblind door een beeldschone vrouw – een fotomodel – die in de buurt woont. Hij volgt haar en hoopt via haar geld te krijgen en beroemd te worden. “Hij is net zo geobsedeerd door beroemdheid als heel veel mensen. Mensen denken dat het leuk is. In een grote auto met chauffeur rijden, dure restaurants, mensen die je herkennen. Maar als je dat eenmaal hebt, blijkt beroemdheid helemaal niet zo leuk te zijn. Ik heb mijn eigen auto waarin ik zelf rijd. Alleen door gewoon te blijven, kan ik mijn boeken blijven schrijven. Anders verlies ik het contact met de samenleving.”

Het gaat haar ten slotte niet alleen maar om de hoofdpersonen, maar ook om de wereld van vandaag. “Ik wil het Londen van nu laten zien. Met zijn elegante straten, zijn achterbuurten, de wegen, de winkels, de multiculturele achtergrond van de bewoners. De samenleving verandert en mijn boeken moeten daar blijk van geven. Er komt steeds meer geweld in de samenleving. Ik denk dat dat vooral komt door de drugs.”

In tegenstelling tot veel andere schrijvers van spannende boeken, laat Ruth Rendell zich niet meeslepen door het toenemende geweld. Haar boeken blijven vooral speurtochten naar motieven, naar daders, naar slachtoffers. “Ik schrijf over dingen die ik interessant vind. Mijn boeken gaan over mensen die als het ware per ongeluk misdaden plegen. Ik schrijf niet over bendeoorlogen of zo. Natuurlijk komt er geweld in mijn boeken voor, maar ik beschrijf dat niet tot in detail. Dat geldt ook voor seks. Ik beschrijf de gebeurtenissen die tot seks leiden maar ik ga zelden verder. Dat is ook heel moeilijk, hoor, een goede seksscène. Het wordt heel gauw belachelijk. Er is in Engeland een prijs voor de slechtste seksscène in een boek. Dat is een prijs die ik niet wil hebben. En over martelen schrijf ik nooit. Punt uit. Dat vind ik zo’n afschuwelijk idee.”

Haar eerste boek publiceerde zij in 1964 en haar nieuwste boek is onlangs verschenen. Veertig jaar aan de top. “Natuurlijk houd ik de mensen ook een spiegel voor van de samenleving zoals die is geworden. Maar misschien ben ik wel gewoon iemand die een goed verhaal kan en wil vertellen, ja. Ik houd van schrijven en miljoenen mensen willen mijn boeken lezen. Ik krijg veel brieven van lezers die vertellen dat ze zich door mijn boeken beter voelen. Waarom zou ik er dan mee ophouden? Wat moet ik anders doen? Ik zou me enorm gaan vervelen. Bovendien denk ik dat ik toch weer een goed idee krijg voor een nieuw boek dat ik dan wil gaan schrijven. Ik blijf gewoon schrijven tot de dag dat ik sterf.”