Lars Kepler, Lazarus

Rating:

‘Een reis van chaos naar orde’

Een boek moet voorzien zijn van een motor, een kracht die de lezer bij de hand neemt en hem of haar door het plot trekt. Maar het verhaal moet ook in balans zijn. Het slechte in de mens moet tegenover het goede staan. Het zijn de kaders, waarbinnen het echtpaar achter de schrijversnaam Lars Kepler, hun vuistdikke spannende boeken schrijven.

Een gemiddelde lengte van een boek bestaat niet. De ene schrijver heeft nu eenmaal meer woorden nodig dan een ander. En het ene verhaal is sneller verteld dan het ander. Daarom is het ook zo opvallend dat de boeken van Lars Kepler steevast rond de vijfhonderd pagina’s tellen. ‘Wij vertellen complexe verhalen’, vertelt Alexander Ahndoril. ‘We hebben die lengte nodig. We denken nooit van tevoren:we gaan een boek van vijfhonderd pagina’s maken. Maar achteraf stellen we dan vast dat het toch weer zo lang is geworden’.

Foto Ed Coenen

Alexander Ahndoril en zijn vrouw Alexandra vormen samen al jaren het schrijversechtpaar dat het pseudoniem Lars Kepler heeft gekozen als artiestennaam. Hun boeken vereisen sterke zenuwen. De misdaden die zij beschrijven zijn keihard, de plots ingewikkeld en de uitkomst onvoorspelbaar. ‘Het plot is als een achtbaan met bochten zodat lezers de uitkomst niet kunnen voorspellen’, vat Alexander samen in de bibliotheek van het Amsterdamse Ambassadehotel. ‘Alle aanwijzingen en hints zijn er maar de lezers zien die niet’. En met een lach: ‘Misschien als je het boek een tweede keer leest, dat je ze dan wel ziet. En ja, natuurlijk als je vals speelt en eerst de laatste bladzijden leest en dan pas aan het boek begint’.

Die stelregels gaan ook op voor hun nieuwste boek, Lazarus. Raadselachtige moorden in Oslo en in het Duitse Rostock overtuigen inspecteur Joona Linna er van dat een nachtmerrie op het punt staat zijn leven over te nemen. Hij moet maatregelen nemen, maar of die voldoende zijn is voor Linna zeer de vraag. Een razend spannende race tegen de klok is het gevolg. Het maakt Lazarus tot een boek dat bijna niet valt weg te leggen.

Het is echter tegelijkertijd weer een angstaanjagend plot met gruwelijke moorden door wat gestoorde gekken lijken te zijn. Maar er is wel een balans tussen goeden kwaad. Alexandra Ahndoril: ‘We willen niet alleen maar over een monster schrijven. Het kwaad moet tegenover de held van het verhaal staan. Geweld is altijd afschuwelijk. Dat beschrijven we ook zo. We maken het niet mooier dan het is’.

Alexander:‘Onze boeken hebben ook iets optimistisch. Het is altijd een reis van chaos naar orde. Van een misdaad naar een oplossing als de dader is gestopt’.

Alexandra:‘Er moet een motor zijn, een kracht die de lezer door het boek trekt. Dat is onze held Joona Linna tegenover de moordenaar. Het kwaad moet in balans zijn met het goede’.

Alexander:‘De mens heeft toch twee kanten? Fantastisch goed maar ook heel erg slecht. Ineen misdaadroman is de balans belangrijk. Bij ons moet elke keuze van een karakter, begrijpelijk en geloofwaardig zijn’.

Alexandra:‘We plannen onze boeken tot in detail. Maar als we schrijven en het verhaal komt tot leven, dan veranderen we wel details’.

Alexander:‘Ze zeggen altijd dat je als schrijver naar je verhaal moet luisteren. Dingengebeuren, de keuzes die personages maken hebben gevolgen voor het plot. Dan moet je mee bewegen’.

In al hun boeken is er veel actie, geweld, mysterie. Dat vergt van het schrijversechtpaar veel onderzoek. Telkens weer opnieuw. Om het met hen te zeggen: het schrijven moet authentiek zijn. De lezer moet geloven dat wat er in het boek gebeurt, ook in het echte leven zou kunnen gebeuren. Voor die echtheid in de verhalen ploegen Alexandra en Alexander internet door voor de vereistefeiten.

Maar dat is niet genoeg. ‘Er is altijd iets nieuws’, vertelt Alexandra. ‘We zijn ineen isoleercel geweest in de grootste gevangenis bij Stockholm. De zwaarbewaakte afdeling. Je ruikt de stress van de gevangenen die er hebben gezeten.Dat zit in het matras, in de lucht van de cel’.

Alexander:‘Als je in de gangen van de gevangenis bent, dan zie je dat gevangenen een apart ritme hebben in hun loop. Ze worden telkens staande gehouden voor controles. Dat zie je gewoon aan hun manier van lopen. Dat kan je misschien wel zien als ze al vrij zijn. Dan lopen ze automatisch nog steeds zo’.

Alexandra: ‘Dat zijn dingen die kan je niet googelen. Dat moet je beleven’.

Alexander:‘Je moet met je eigen handen de terugslag van een revolver voelen. Daarom gaan we naar schietbanen om dat te weten. Zo ver gaan we, ja. Maar er is een grens.We schieten niet in ons eigen been. Je moet ergens stoppen. We lezen wel inboeken van mensen die het hebben meegemaakt hoe dat voelt’.

Alexandra:‘Ja, in vorige boeken werden slachtoffers levend begraven. Ik ben heel erg claustrofobisch dus dat hebben we maar niet uitgeprobeerd’. Lachend: ‘Ik durfal bijna niet in de een lift. Zeker niet in m’n eentje’.

Dat hun acties echt lijken, merken ze als ze praten met rechercheurs of ambulancepersoneel. De schrijvers krijgen dan te horen dat het allemaal heel echt lijkt. De procedures van de politie, de technieken van het opsporen, het werk op de ambulance, het is allemaal gebaseerd op het echte leven. ‘We zouden kunnen werken als rechercheurs’, schertst Alexander Ahndoril. ‘Ja, of als dokters’, voegt zij er aan toe.

Zij pakt haar mobieltje uit haar tas. Die stond blijkbaar op stil, want er was inde bibliotheek geen signaal te horen. Ze staat op, kijkt op het schermpje. Het is een van de drie tienerdochters die een berichtje heeft gestuurd. Alexander en Alexandra Ahndoril gaan nog naar een lunch met lezers in Haarlem en dan snel met het vliegtuig naar Stockholm. ‘We hebben altijd zo willen schrijven. Het is leuk om te reizen en lezers in andere landen te ontmoeten. Maar dan willen we naar huis. Naar de kinderen. En om weer te gaan schrijven’, zegt Alexander. En Alexandra voegt toe: ‘Alle schrijvers moeten in de werkelijkheid blijven. Drie dochters. Dat is het echte leven’.

logo_cargo

Bestel direct van de uitgever via deze link.

Andere artikelen op deze site over: Lars Kepler