Jan van der Cruysse, Blingbling delen 1, 2 en 3

Rating:

Gelauwerde Vlaamse schrijver: Ieder zijn vak

De Vlaamse schrijver Jan van der Cruysse schreef zijn eerste boek uitsluitend om er zelf plezier aan te beleven. Hij had niet de illusie dat een uitgever het hobbywerk van zijn hand zou willen uitgeven. Twee jaar later heeft hij de belangrijkste prijzen van zijn land voor Bling bling, deel 1, heeft hij de Nederlandse schaduwprijs gewonnen en is deel twee van zijn trilogie op de shortlist van de gouden strop terecht gekomen. Hij blijft consultant crisiscommunicatie, maar ‘schrijven is wel het leukst om te doen’.

c Thomas-Sweertvaegher-

Het idee om een thriller te schrijven is bij Jan van der Cruysse ontstaan na de grote diamantroof op Brussels airport, ofwel vliegveld Zaventem. In 2013 werkt hij al enkele jaren als woordvoerder op het vliegveld als plotseling acht man op het asfalt naast het vliegtuig staan en voor tientallen miljoenen aan diamanten stelen. Van der Cruysse moest in zijn fluorescerende vast de wereldpers te woord staan. Van CNN tot Gazet van Antwerpen, allemaal wilden ze het naadje van de kous weten. ‘Hoe kan het dat passagiers hun tandpasta moeten inleveren voor de veiligheid en er wel acht man met Kalasjnikovs op het tarmac staan. Dat soort vragen moest ik beantwoorden. Ik ben in België daardoor een bekend gezicht geworden. Nog steeds word ik op straat herkend en aangesproken terwijl ik er al vier jaar weg ben’, zegt Van der Cruysse in zijn groene achtertuin. De diamantroof zette hem aan het denken. Van der Cruysse: ‘Hoe kom je aan een team die alle expertise heeft voor zo’n overval? Welk vliegtuig moet je hebben, hoe laat staat die klaar, hoe is de beveiliging. En als je dan wegloopt met een koffer vol diamanten, wat doe je er dan mee? Er staan merktekens in en als die er uit zijn gehaald, wil niemand ze kopen want dan weet je dat ze zijn gestolen. En waarom een overval op een luchthaven. Kan je niet makkelijker een koffer van iemand afpakken waar diamanten in zitten? En als die diamanten nu eens niet van de handelaar zijn maar van de maffia? Wie krijg je dan allemaal achter je aan? De politie natuurlijk, maar ook de criminelen die hun zwarte geld terug willen. Die pikken het niet dat hun diamanten verdwijnen’. Daarmee heeft Jan van der Cruysse de kiem van zijn verhaal in handen. En met dat idee zet hij zich ’s nachts achter zijn toetsenbord. Voor de lol, voor zijn eigen entertainment, want aan uitgeven denkt hij –nog – niet. Enthousiast tikt hij zo’n 750 pagina’s over een diamantroof. ‘De eigenlijke overval is het hart van deel twee. Deel een is vooral het bijeen brengen van een team, het afpakken van een koffer die een koerier bij zich draagt van Zaventem naar Delhi en het antwoord op de vraag wat je dan vervolgens met de buit kan doen’, aldus de schrijver. Deel drie is nog maar net uitgekomen en daarin staat beschreven hoe het verder gaat met de overvallers, die worden opgejaagd door enerzijds de politie en de organisatie van diamanthandelaren in Antwerpen en anderzijds door zware criminelen. Daarmee is de serie af, vindt Van der Cruysse. ‘Het verhaal is verteld. Er komt echt geen deel vier meer’. Overdag werken, ’s nachts schrijven. Om dat vol te houden, moet het schrijversbloed wel erg zijn gaan kriebelen. ‘Ik wilde altijd wel schrijven’, vertelt Jan van der Cruysse, ‘Ik heb geen gebrek aan fantasie. Het leek mij leuk, maar schrijven is een vak. En ik was journalist en daarna woordvoerder en consultant. Ieder zijn vak. En ik had het altijd druk, druk, druk. Voor schrijven had ik nooit tijd’. Daarom heeft hij zijn eerste boek alleen voor zichzelf geschreven. Voor de lol. ‘Het is niet mijn stijl om de boer op te gaan’, zegt hij. Maar op advies van vrienden die de vele bladzijden van het manuscript hadden gelezen, is hij daar overheen gestapt en is hij toch maar op zoek gegaan naar een uitgever. Via een cursus creatief schrijven (‘nee, ik hoef geen cursus te volgen, ik heb al een boek, maar kunt u mij helpen bij het zoeken van een uitgever’) en een dag speeddaten met uitgevers (‘er was een plaatsje vrij doordat iemand op het laatste moment had afgezegd’), heeft Davidsfonds uitgeverij het boek op de markt gebracht. ‘En ja, voordat ik het wist, werd ik door de uitgever gebeld over de Hercule Poirot prijs. Ben ik daarvoor genomineerd dan, vroeg ik. Nee, zei de uitgever, je hebt hem gewonnen. En vervolgens ook de Diamanten Kogel. Dat is heel ongebruikelijk, want die willen toch laten zien dat ze een andere keuze maken. En de Schaduwprijs voor het beste debuut in Nederland won ik vervolgens ook nog een keer’. Toen was hij overigens al bezig met deel twee, die dit jaar op de shortlist van de gouden strop heeft gestaan. Hij heeft naar eigen zeggen van dat eerste boek geleerd hoe hij efficiënter kan schrijven. Die eerste keer is hij gewoon gaan schrijven onder het motto: we zien wel waar we uitkomen. Nu schrijft hij eerst een tijdlijn uit en verdeelt het verhaal vast in hoofdstukken. ‘Dan hoef ik die hoofdstukken vervolgens alleen maar uit te schrijven. Dat scheelt heel wat tijd’. Tijdens dat schrijven van zijn verhalen moet Jan van der Cruysse heel wat onderzoek doen. Hoe zit de diamanthandel in Antwerpen in elkaar, politieprocedures in India, beveiliging van vliegvelden, om maar eens wat te noemen. ‘Dat is het leuke aan schrijven. Eerst is er niks en dan is er een verhaal. Maar de basisdingen in dat verhaal moeten wel kloppen. Dus als ik aan het schrijven ben, moet ik veel opzoeken via internet’. De boeken spelen niet alleen in België. Ook India en Amerika komen ruimschoots aan bod. Net als Georgië. En ook die beschrijvingen in verre oorden moeten kloppen, vindt Van der Cruysse. Dat was een meevaller, want bijna overal waar het verhaal zich afspeelt, is hij al eerder geweest zodat hij de plaatselijke sfeer goed kan weergeven. ‘Ik ben vier keer in India geweest en misschien wel dertig keer in Amerika. In Florida was ik nog niet geweest. Maar daar ben ik onlangs met mijn zoon twee weken geweest. Alleen niet in Georgië. Dat heb ik via google earth gedaan. Maar dat gaat prima, hoor. Ik heb het afgelegen dorpje Lentekhy in Georgië heb ik zo heel goed kunnen bekijken’.

logo-manteauBestel dit boek direct van de uitgever via deze link.

Andere artikelen op deze site over: Jan van der Cruysse