Tomas Ross, Het verdriet van Wilhelmina

Rating:
foto Ben Kleyn

Tomas Ross, Het verdriet van Wilhelmina, deel drie van de Indië-trilogie

Wat de een vrijheidsstrijders noemt, heet bij de tegenstander een terrorist. Dat is niet iets van vandaag, het bestond al in de jaren veertig tijdens de roerige onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands Indië. Een strijd die heel veel verliezers kende. In een drieluik heeft de Haagse schrijver Tomas Ross de feiten van die tijd vermengd met zijn fantasie tot sfeervolle thrillers. Met in het laatste boek een aardig woord over Wilhelmina. ‘Welwillend is het verkeerde woord. Medelijden met een vrouw die van het pad af was, is beter’.


De strijd om onafhankelijkheid in Indië laaide meteen op na het einde van de Tweede Wereldoorlog in de oost. Japan verslagen, de gevangen Nederlands konden de afschuwelijke kampen verlaten. Maar zij kwamen van de regen in de drup: buiten die kampen wachtten de Indonesische strijders die de Nederlanders graag een kopje kleiner maakten. En daar stond al snel een Nederlandse legermacht tegenover. Om de orde te herstellen, om de Nederlandse macht te herstellen. Maar zo simpel was het niet. Er waren ook communisten met een ondergronds netwerk, Amerikanen die heel andere belangen hadden dan hun Nederlandse bondgenoten, Russische spionnen, dubbelagenten KNIL-soldaten, overlopers.
Uit die chaos heeft Tomas Ross zijn derde boek over Indië gecreëerd. De sfeer in het oude Den Haag, Batavia, Londen is tot in de puntjes verzorgd. Het boek begint in Londen. Koningin Wilhelmina krijgt in 1941 een geheimzinnig bezoek van premier Churchill die arriveert in gezelschap van prins Bernhard. Het gesprek wordt afgeluisterd door een vrouw, die voor de communisten blijkt te werken. Even later wordt in de Chinese zee een Nederlands marineschip tot zinken gebracht. Het schip had een grote Japanse armada gezien die op weg leek naar Pearl Harbor, maar met hun alarmsignaal is nooit iets gedaan. Het is het begin van een verhaal over verraad, moed, intriges en strijd, heel veel bloederige strijd.

Wat interesseert U zo in Indië?
Tomas Ross: ‘Ik wil hier al zo heel erg lang over schrijven! In mijn studie niet-westerse sociologie heb ik het al over Indonesië gehad. Ik verzet me tegen de eenzijdigheid in de berichtgeving over die onafhankelijkheidsstrijd. En mijn manier van schrijven waarbij feiten en fictie worden vermengd, is uitstekend geschikt om het verhaal over Indië te vertellen. Ik kan meer doen dan historici of journalisten die zich aan bewezen feiten moeten houden. Mijn versie van faction, feiten en fictie, kan ik verder gaan en de intriges beschrijven. Het is best ingewikkeld om hierover te schrijven. Er is nog maar zo weinig kennis van die tijd. Soekarno, die kennen ze van naam misschien nog wel, maar dat er aparte Republik Indonesia bestond, dat het allemaal aparte eilanden met een eigen cultuur, eigen volkeren waren, dat weten niet veel mensen meer. Je wilt dat misschien wel uitleggen aan de lezers, maar je moet tegelijk oppassen met te veel uitleg in een spannend boek. Je moet er geen Teleac-cursus van maken’.

Het sentiment in Nederland was heel erg tegen onafhankelijkheid gekeerd, maar dat heeft het niet kunnen voorkomen.
Tomas Ross: ‘Het is een navrant deel van onze geschiedenis. Wij hebben riolering gebracht, scholen, ziekenhuizen, wegen. En nu willen ze onafhankelijkheid? Ondankbare honden. Zo dachten heel veel Nederlanders toen. En onderhandelen met Soekarno? Die pinda die met de Japanners heeft samengewerkt? Nooit. Poncke Princen, de Nederlander die tegen zijn zin naar Indië moest om er tegen de Indonesiërs te vechten maar die overliep naar de andere kant? Een landverrader die zelfs op zijn vroegere collega’s heeft geschoten. Het bedrijfsleven wilde er al helemaal niet weg. In Nederland zijn er plannen geweest voor een staatsgreep en Raymond Westerling heeft het geprobeerd in Bandung. Maar onder druk van de Amerikanen, die bang waren voor communistische machtsovername, heeft Nederland zich er toch bij moeten neerleggen’.

Wat was de betekenis van het marineschip dat is gezonken in de Chinese zee?

Tomas Ross: ‘Er zijn krankzinnig veel complottheorieën over de aanval van Japan op Pearl Harbor. Het is onmogelijk dat de gigantische Japanse armada niet is gezien. Iedereen patrouilleerde in de Chinese zee en op de Pacific. Er is altijd een gerucht geweest dat Engelse schepen het konvooi hebben gezien en dat hebben doorgegeven. Alles moest aan Singapore worden gemeld. Maar daar is niets mee gebeurd. Er is ook het gerucht geweest dat een Nederlands marineschip het heeft gezien en het ook aan Batavia heeft laten weten. Maar ook daar is niets mee gedaan. De theorie is dat de Engelsen de aanval hebben laten gaan omdat zij de Amerikanen nodig hadden in hun strijd tegen Nazi-Duitsland. Ik heb het gecombineerd met het bezoek van Churchill en prins Bernhard aan koningin Wilhelmina’.

U schrijft veel over het koningshuis maar zelden erg welwillend. Dit keer wel?
Tomas Ross: ‘Welwillend? Dat is niet het juiste woord. Medelijden drukt het beter uit. Medelijden met een vrouw die helemaal van het pad is geraakt. Een door en door christelijke vrouw die moet beslissen over leven en dood in een tijd van oorlog. Een vrouw die werd verscheurd door schuldgevoel omdat zij was gevlucht voor de Duitsers. Zij wilde in 1940 niet vertrekken, maar werd door de Engelsen gedwongen te gaan. En zij kon niet meer terug. Ze keek naar de koningshuizen in Denemarken en België, die waren gebleven. Ze waren weliswaar marionetten van de Duitsers, maar toch. Zij was gegaan, terwijl haar voorvader Willem van Oranje bleef en tegen de Spanjolen vocht. Zij had zelf een geweer moeten pakken. Toch werd zij de moeder des vaderlands. Toen zij overleed liepen alle verzetshelden achter de witte kist aan van Den Haag langs de Vliet naar Delft. Mijn vader wilde dat zijn kinderen in die loeikoude winter van 1962 ook achter de baar aan zouden lopen. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Maar ik dacht nu: laat ik eens iets aardigs zeggen tegen de Oranje’s’.

Indië is nu over. Hoe nu verder?
Tomas Ross: ‘Ik ga nu een boek schrijven over Blonde Dolly. De Haagse prostituee, die onder zeer geheimzinnige omstandigheden is vermoord. Hoe kwam zij aan de enorme som geld die zij bleek te hebben, de panden in Den Haag, de rekening in Antwerpen, haar dubbelleven? En waarom was het de hoofdcommissaris Jan Gualtherie van Weezel, bijgenaamd Jan Hak, die hoogstpersoonlijk het onderzoek leidde? Een hoofdcommissaris is er voor de vergaderingen, het beleid, niet voor recherchewerk. Genoeg voor een nieuwe thriller’.

logo_cargoBestel direct van de uitgever via deze link.

Andere artikelen op deze site over: Tomas Ross